Lezen heeft de meeste teksten. En de meeste tijdsdruk. Een goede strategie per teksttype bespaart je kostbare minuten.
Hoe is het leesexamen opgebouwd?
Lezen heeft 6 teksten. Elke tekst heeft 400 tot 1700 woorden. Je beantwoordt 35 meerkeuzevragen. Je hebt 110 minuten. Je hebt minimaal 24 vragen goed nodig.
De doelvraag: waarom is deze tekst geschreven?
Tekst 1 tot en met 5 hebben elk precies één doelvraag. Let op: dit is een andere vraag dan waar de tekst over gaat. Denk goed na: waaróm is de tekst geschreven? Bijvoorbeeld om te informeren. Of om te overtuigen. Of om te waarschuwen.
Zoekend lezen bij de laatste tekst
Tekst 6 is anders. Deze tekst heeft alleen zoekvragen. Je leest deze tekst niet helemaal. Je zoekt gericht naar het antwoord.
Tijdmanagement: hoeveel minuten per tekst?
Je hebt 110 minuten voor 6 teksten. Dat is gemiddeld 18 minuten per tekst. Langere teksten kosten natuurlijk meer tijd dan korte. Let steeds op hoeveel tijd je nog over hebt.
Veelgemaakte valkuilen
De meest gemaakte fout: te lang bezig zijn met de eerste tekst. Die tekst is vaak het moeilijkst. Dan heb je te weinig tijd voor de rest. Verdeel je tijd bewust. Sla een moeilijke vraag over. Kom er later op terug.
Oefen met leesteksten op ware examenomvang
De leesoefeningen van Inburgerify volgen dezelfde opbouw als het echte examen. Met de doelvraag. En zoekend lezen bij de laatste tekst.
Maak een gratis account aan