De meeste mensen zakken niet omdat ze geen Nederlands kennen. Ze zakken omdat ze in dezelfde valkuil stappen. Dit gebeurt door de spanning van het examen.
Hieronder lees je de fouten die het vaakst voorkomen. Per onderdeel: Lezen, Schrijven, Luisteren, Spreken en KNM. En hoe je die fouten voorkomt.
Lezen: te lang bezig met één tekst
Bij Lezen krijg je 110 minuten. Je leest zes teksten. Je beantwoordt 35 vragen. Je hebt minimaal 24 vragen goed nodig.
De meest gemaakte fout: te veel tijd besteden aan de eerste tekst. Die tekst is vaak het moeilijkst. Dan heb je te weinig tijd voor de rest.
Let op de doelvraag. Tekst 1 tot en met 5 hebben elk één vraag over het doel van de tekst. Denk na: waaróm is de tekst geschreven? Niet: waar gaat de tekst over?
Tekst 6 is anders. Die tekst heeft alleen zoekvragen. Je leest deze tekst niet helemaal. Je zoekt gericht naar het antwoord.
Schrijven: overschrijven levert nul punten op
Schrijven heeft 12 opdrachten. Je hebt minimaal 25 van de 47 punten nodig.
De grootste fout: tekst letterlijk overschrijven. Dit gebeurt vaak bij de brontekst van de opdracht. Schrijf je zo? Dan krijg je nul punten, ook als de rest goed is.
Twijfel je over de of het? Dat soort fouten telt wel mee. Maar minder dan je denkt. Belangrijker is: geef een goed antwoord op de opdracht. Doe je dat niet goed? Dan beoordeelt de examinator de rest van je antwoord niet meer.
Luisteren: te laat de vraag lezen
Luisteren heeft zes teksten en 39 vragen. Je hebt minimaal 26 vragen goed nodig.
Elk fragment speelt maar één keer. Je krijgt 25 seconden om de vraag te lezen, vóór het fragment begint.
De meest gemaakte fout: eerst luisteren, dan pas de vraag lezen. Dan mis je het antwoord. Ook als je het fragment goed begreep. Lees daarom eerst de vraag. Luister daarna.
Spreken: te kort antwoorden
Spreken heeft 16 opdrachten. Samen zijn ze 128 punten waard. Je hebt minimaal 75 punten nodig.
Fout 1: de tijd niet gebruiken. Een korte opdracht duurt 20 seconden. Een langere opdracht duurt 30 seconden. Een kort antwoord telt mee bij de beoordeling.
Fout 2: denken dat je gelijk moet hebben. Moet je een mening geven? Of iemand overtuigen? Dan kijkt de beoordelaar niet of je gelijk hebt. De beoordelaar kijkt alleen: is het duidelijk?
Let op: spreek je geen Nederlands? Of zeg je niets? Dan beoordeelt de beoordelaar de rest van je antwoord niet meer.
KNM: onderwerpen door elkaar halen
KNM heeft 40 vragen over acht thema's. Je hebt minimaal 24 vragen goed nodig.
KNM is geen taalexamen. Daarom vinden veel mensen dit onderdeel makkelijk. Ze lezen de antwoorden te snel.
De meest gemaakte fout: onderwerpen door elkaar halen. Bijvoorbeeld: welke instantie doet wat? Lees daarom elk antwoord goed. Doe dit voordat je kiest.
Wat deze fouten gemeen hebben
Bijna geen van deze fouten gaat over te weinig Nederlands. Ze gaan over de vorm van het examen. Denk aan: tijdsdruk. Een fragment dat maar één keer klinkt. Hoe de beoordeling precies werkt.
Daarom helpt oefenen met echt examenmateriaal zo goed. Je leert niet alleen de stof. Je leert ook hoe het examen werkt.
Oefen in de echte examenvorm
Bij Inburgerify oefen je per onderdeel precies zoals het echte examen. Met dezelfde tijdsdruk, dezelfde cesuur en dezelfde beoordeling. Zo kom je niet voor verrassingen te staan.
Maak een gratis account aan