Kort antwoord: twee van de drie Nederlandse woorden krijgen de. De rest krijgt het. Je ziet dit niet aan het woord zelf. Er zijn wel regels die vaak kloppen. En er is goed nieuws: in het meervoud is het altijd de.
Wanneer is het altijd 'het'?
- Verkleinwoorden, dus alles op -je, -tje, -pje of -etje: het meisje, het kopje, het autootje.
- Talen: het Nederlands, het Arabisch, het Oekraïens.
- Sporten: het voetbal, het zwemmen.
- Metalen: het goud, het ijzer.
- Windrichtingen: het noorden, het zuiden.
Wanneer is het bijna altijd 'de'?
- Alle meervouden: de huizen, de boeken, de kinderen. Zonder uitzondering.
- Personen en beroepen: de man, de vrouw, de dokter, de leraar.
- Woorden op -ing, -heid, -teit en -ij: de opleiding, de gezondheid, de kwaliteit, de bakkerij.
- Groenten, vruchten, bomen en planten: de appel, de boom, de wortel.
Nog een vuistregel: be-, ge-, ver-, ont-
Sommige woorden beginnen met be-, ge-, ver- of ont-. Ze komen van een werkwoord en hebben twee lettergrepen. Deze woorden krijgen meestal *het*: het begin, het gebruik, het verhaal, het ontbijt. Let op: meestal, niet altijd. Het is wel *de gedachte*. Gebruik deze regel als hulp. Niet als een vaste wet.
Waarom het uitmaakt voor je hele zin
Het lidwoord staat niet op zichzelf. Het bepaalt ook een ander woord in je zin: het bijvoeglijk naamwoord. En het bepaalt welk aanwijzend woord je gebruikt (dit, dat, deze, die). Daarom hoor je een fout lidwoord meteen:
| de-woord: de tafel | het-woord: het huis | |
|---|---|---|
| met de of het | de kleine tafel | het kleine huis |
| met een | een kleine tafel | een klein huis |
| dit of deze | deze tafel, die tafel | dit huis, dat huis |
Kijk naar de rij met *een*. Bij een het-woord valt de -e weg. Zeg je *een kleine huis*? Dan hoor je meteen: dit lidwoord is fout. Dit telt mee bij de beoordeling van je schrijfexamen. Het is ook een van de meestgemaakte fouten op het examen.
Zo onthoud je ze
- Leer een nieuw woord nooit alleen. Leer altijd *het raam*, nooit *raam*.
- Zet het in een kort zinnetje dat je onthoudt: *het raam staat open*.
- Twijfel je tijdens het spreken? Maak het meervoud, dan is het altijd *de*.
- Oefen met flashcards. Herhaal de woorden die je fout had. Herhalen werkt beter dan regels uit je hoofd leren.
Belangrijk: stop niet met praten door een fout lidwoord. Mensen begrijpen je heus wel. Maar oefen wel. Dit is een van de weinige dingen die je met herhaling helemaal leert. Meer tips vind je bij het snelst Nederlands leren.
Leer het lidwoord meteen mee
In de Woorden-module van Inburgerify oefen je meer dan 1.600 woorden. Altijd met hun lidwoord erbij. Met flashcards en spelletjes. Moeilijke woorden komen vaker terug.
Maak een gratis account aan